De moord op de 22-jarige Mahsa Amini door de zedenpolitie van het Iraanse regime was niet de eerste brutaliteit van het regime en zal ook niet de laatste zijn.
Mahsa Amini, die met haar gezin vanuit stad Saqqez, in het westen van Iran, naar Teheran was gereisd, werd op de avond van 13 september gearresteerd in het metrostation Haqqani. Ze was bij haar broer toen ze werd gearresteerd. Volgens hun familieleden, mishandelden de agenten Kiaresh Amini, de broer van Mahsa die haar arrestatie probeerde te voorkomen. Ze vertelden aan haar broer dat Mahsa zou worden vrijgelaten “na een uur oriëntatieles en nadat ze een belofte had ondertekend.”
Mahsa werd naar het detentiecentrum van Vozara gebracht en na twee uur bewusteloos overgebracht naar het Kasra-ziekenhuis. Na onderzoek van Mahsa verklaarden dokters dat ze tegelijkertijd een hartaanval en hersendood had gehad. Het is gemeld dat Mahsa’s hersendood het gevolg was van een schedelbreuk na zware slagen op haar hoofd.
Mahsa’s oom zei dat het ziekenhuis haar dood als een beroerte in haar medisch dossier had geregistreerd.
“Mahsa had geen hartziekte. De oorzaak van het incident is zeer duidelijk. Als ze meisjes grijpen en in de auto duwen terwijl ze hen intimideren, is het duidelijk wat er zal gebeuren. Mahsa was helemaal gezond. In Koerdistan kent iedereen onze familie. Mijn grootvader had discipelen in alle provincies van Iran… We hebben geen lessen over de hijab nodig’, vertelde hij dagelijks aan Asre Iran.
Mahsa’s vader zei dat het de politie 45 minuten kostte om haar naar het ziekenhuis te brengen nadat ze het bewustzijn verloor en op de grond viel.
“Ze brachten haar naar het ziekenhuis zonder haar te identificeren en vertelden de verpleegsters dat ze haar op straat hadden gevonden. De doktoren zeiden dat als ze 10 minuten eerder was binnengebracht, het misschien anders was gelopen.
Op sociale media circuleren foto’s van Mahsa die in coma in het ziekenhuisbed ligt met verband om haar hoofd en beademingsslangen. Verontwaardigd over de moord op de onschuldige Mahsa Amini, gingen veel dappere mannen en vrouwen van Teheran de straat op nadat ze dood was verklaard en marcheerden naar het Kasra-ziekenhuis in het noord-centrale deel van de hoofdstad.
Er waren ook protesten uit in Saqqez, de geboorteplaats van Mahsa na haar begrafenis op 17 september, en in de naburige stad Sanandaj in de provincie Koerdistan. Demonstranten riepen “dood aan de dictator” en “dood aan Khamenei”, de hoogste leider van het regime.
In de laatste 44 jaar van het bewind van de mullahs in Iran is de cyclus van onderdrukking van vrouwen nooit gestopt. In feite is het geïntensiveerd en systematischer geworden. De voortdurende verstikking van de vrijheid en grondrechten van Iraanse vrouwen is een dagelijkse kost in Iran