Zaterdag 25 juli 2026, zijn sympathisanten van de CKM vzw samengekomen voor een protestdemonstratie voor de ambassade van het Iraanse regime in Brussel. Zij protesteerden tegen de toenemende golf van executies en de harde onderdrukking van politieke gevangenen in Iran.
Met foto’s van slachtoffers, geëxecuteerden en politieke gevangenen in de hand eisten de deelnemers dringende actie van de internationale gemeenschap, en in het bijzonder van de Europese Unie, om de onderdrukkingsmachinerie in Iran een halt toe te roepen. De aanwezigen droegen spandoeken waarop Europese regeringen werden opgeroepen om de strijd van het Iraanse volk en de verzetseenheden voor vrijheid en de omverwerping van het heersende regime te erkennen.
De demonstranten droegen eveneens portretten van Maryam Rajavi en borden met de uitgangspunten van haar Tienpuntenplan, dat pleit voor de afschaffing van de doodstraf, de oprichting van een democratische en seculiere republiek en een kernwapenvrij Iran.
Het protest vindt plaats tegen de achtergrond van de nieuwste rapporten van de NCRI over de sterk toegenomen druk op vijf politieke gevangenen in Hal 37 van de Ghezel Hessar-gevangenis in Karaj. Volgens deze berichten zijn twee politieke gevangenen, Abolfazl Rahbar en Omid Rahbar, veroordeeld tot respectievelijk 20 en 26 jaar gevangenisstraf. Drie andere gevangenen – Vahid Azizi (gepromoveerd in de civiele techniek), Mostafa Imani (auteur en ontwerper) en Farshid Dolatyari – worden geconfronteerd met zware beschuldigingen en worden met de doodstraf bedreigd. Daarnaast zorgen andere verontrustende zaken, zoals die van Arghavan Fallahi, Mehdi Khanki en Amir-Hossein Akbari Monfared, voor een golf van bezorgdheid onder mensenrechtenorganisaties.
Ondanks de betrokkenheid bij externe spanningen en crises heeft het Iraanse regime de interne onderdrukking niet verminderd. In plaats daarvan gebruikt het de oorlogssituatie als een voorwendsel om het aantal executies op te voeren en angst te zaaien in de samenleving. Volgens de demonstranten toont deze mate van onderdrukking de diepe angst van het regime voor het explosieve potentieel van de samenleving en het georganiseerde verzet van het Iraanse volk.
Aan het einde van de bijeenkomst riepen de deelnemers internationale mensenrechtenorganisaties, de speciale rapporteur van de VN voor Iran en de internationale feitenonderzoeksmissie op om deze daden te veroordelen en te zorgen voor een onmiddellijk en Onvoorwaardelijk bezoek aan de Iraanse gevangenissen, in het bijzonder de Ghezel Hessar-gevangenis.



